Direct naar de inhoud

Adoptiedecreet met verbeterd inzagerecht zorgt voor meer respect

vrijdag 13 januari 2012

De interlandelijke adoptie heeft te kampen met groeiende wachttijden. In 2009 waren er 592 kandidaat-adoptieouders tegenover 244 adopties. De gemiddelde duur van de adoptieprocedure is sinds 2005 opgelopen van 1 tot 3,5 jaar. Kandidaat-adoptieouders zien de adoptie van een kind uit het buitenland dan ook meer en meer als een zeer moeizame tot onmogelijke opdracht, zowel op emotioneel als financieel vlak.
In het belang van de kinderen en de kandidaat-adoptieouders moet de procedure daarom professioneler en transparanter. De meerderheidspartijen dienden onder impuls van Tom Dehaene,Tinne Rombouts en Vera Jans een nieuw voorstel van decreet in. Vandaag werd dit decreet omstandig besproken en goedgekeurd in de commissie welzijn.

Tom Dehaene licht toe: “Dit decreet houdt in grote mate rekening met de conclusies van de Staten-Generaal over adoptie van vorig jaar, en met de vele gesprekken die we voerden met adoptieouders, adoptiebureaus, en andere betrokkenen uit de sector.”

Het is essentieel dat kandidaat-adoptieouders vanaf het begin van de adoptieprocedure een redelijk perspectief hebben dat hen een kindje wordt toegewezen binnen een aanvaardbare termijn.

Daarvoor is een zekere mate van “instroombeheer” noodzakelijk: het aantal mensen dat jaarlijks de voorbereidingscursus kan volgen, wordt afgestemd op het aantal te adopteren kindjes.
Tinne Rombouts: “Om hoeveel mensen het telkens gaat, wordt bepaald door internationale ontwikkelingen, het aantal adopties van de voorbije 3 jaar, het aantal beschikbare adoptiemogelijkheden in de herkomstlanden (=adoptiekanaal), ...”

Wetenschappelijk onderbouwde criteria zullen mee bepalen wie uiteindelijk aanvaard wordt als kandidaat-adoptieouder. Een definitieve beslissing volgt echter pas na een afsluitend gesprek van de kandidaat-ouders met de dienst die het maatschappelijk onderzoek voerde. Dit laat toe het advies een laatste keer te toetsen en een respectvolle afronding van het screeningsproces mogelijk te maken.

Ook aan de kwaliteit van de adoptiekanalen en de procedure om kanalen te openen wordt gewerkt. Een nieuw Vlaams Centrum voor Adoptie zal vroeger in het proces en op kortere termijn potentiële adoptiekanalen screenen op hun haalbaarheid. Daardoor krijgen de adoptiediensten bij positief advies meer garanties dat de tijd en energie die zij in het onderzoek steken zal leiden tot het daadwerkelijk openen van het adoptiekanaal.
“Binnen Kind en Gezin wordt een coördinerend centraal adoptiepunt opgericht,” leggen Tom,Tinne en Vera uit, “de adoptiefouders, de geadopteerden en hun verenigingen en de adoptiediensten krijgen een directe adviserende rol in het beheer van het centrum. Iedereen die een kind wil adopteren of informatie zoekt over adoptie, moet weten dat er een Vlaams Centrum voor Adoptie is. Dat centrum moet het uithangbord worden van het Vlaamse adoptiebeleid.”
Het centrum zal jaarlijks rapporteren aan het Vlaams Parlement over het al dan niet halen van de vooropgestelde doelstellingen.

Hoorzitting


Tijdens de hoorzitting bleek grote tevredenheid over de principes in het nieuwe adoptiedecreet en het feit dat er een langere termijnvisie is uitgewerkt. Meermaals mochten we horen dat heel wat suggesties en bemerkingen uit de Staten-Generaal Adoptie werden opgenomen.

Heel wat verschillende groeperingen werden gehoord, waaronder ook geadopteerden zelf.

Vanuit deze groep werd uitdrukkelijk extra aandacht gevraagd voor de procedure rond ‘inzagerecht’. Het inzagerecht is vandaag nog steeds niet goed geregeld en de kleine verwijzing die was voorzien in het voorstel van decreet zou hier geen soelaas bieden.

Omdat het ook de bedoeling van het decreet was om geadopteerden informatie over zichzelf of hun familie op een correcte en eenvoudige wijze ter beschikking te stellen, werd het inzagerecht dan ook verduidelijkt met een specifiek amendement.
Gezien het hier vaak om gevoelige informatie gaat, zijn er aparte procedures en begeleidingen voorzien voor kinderen en jongeren ouder dan 12 jaar, jonger dan 12 jaar en minderjarigen in het algemeen.

De vraag om inzage dient schriftelijk gesteld te worden aan de Vlaamse adoptieambtenaar. Binnen één maand na ontvangst moet inzage worden gegeven of wordt de verzoeker in kennis gesteld van een gemotiveerde weigering. Tegen dit laatste is een beroepsmogelijkheid voorzien.
 

 

Labels: Tom Dehaene Tinne Rombouts Vera Jans

Reageer

Uw e-mailadres wordt nooit publiek gemaakt.
Reacties met reclame, spam of scheldpartijen worden verwijderd. Gelieve enkel te reageren op dit onderwerp, gebruik voor algemene vragen onze contactpagina.

© CD&V  —  Wetstraat 89, 1040 Brussel  —  tel: 02 238 38 11  —  info@cdenv.be