Direct naar de inhoud

De geschiedenis van de Vlaamse christendemocratie

1945-1950: In het teken van de koningskwestie

18 en 19 augustus 1945. Vooraanstaande politici van de vooroorlogse katholieke partij, vertegenwoordigers van de christelijke sociale organisaties en een grote groep geëngageerde jongeren stichten een nieuwe politieke partij: de Christelijke Volkspartij.

De nieuwe partij wil een echte volkspartij zijn. Zij streeft ernaar alle bevolkingsgroepen, Vlamingen en Walen, gelovigen en niet-gelovigen te verenigen. Zij werkt met het Kerstprogramma een vooruitstrevend en vernieuwend programma uit. Het enthousiasme is groot. Bij de eerste naoorlogse verkiezingen in februari 1946 wordt de CVP de grootste politieke formatie van het land.

Toch kan ze door de blokvorming van de linkse partijen niet onmiddellijk aan het beleid deelnemen.

Pas in maart 1947 treedt ze tot de regering toe. De uitdagingen tijdens de eerste naoorlogse jaren zijn levensgroot: de materiële heropbouw van het land, de repressie en epuratie, en uiteraard de koningskwestie.



1950-1961: Van schoolstrijd naar schoolvrede

De jaren vijftig staan in het teken van de schoolstrijd. De CVP verdedigt de vrije schoolkeuze. Ze maakt tijdens de homogene regeringen (1950-1954) een begin met de financiële ondersteuning van het vrij onderwijs dat in tegenstelling tot de rijksscholen verplicht was aan de ouders schoolgeld te vragen.

Na jaren strubbelingen legt de regering na 1958 onder leiding van Gaston Eyskens met het schoolpact de basis voor een verzoening op onderwijsgebied. Andere belangrijke realisaties zijn de expansiewetten van 1959 en de onafhankelijkheidsverlening aan Kongo eind juni 1960. De Eenheidswet en het grote protest bezorgen de CVP een lagere verkiezingsscore in 1961.



1961-1972: Het einde van de unitaire staat

De jaren zestig zijn op economisch vlak gouden jaren. De welvaartsontwikkeling is indrukwekkend: hoge economische groei, volledige tewerkstelling en massale verspreiding van consumptiegoederen. Door de economische hoogconjunctuur komen de communautaire problemen volop aan de oppervlakte. Ze laten ook de CVP niet onberoerd. OP het congres van Oostende in 1961 pleit de Vlaamse vleugel van de partij voor culturele autonomie. Twee jaar later verzet de Vlaamse vleugel zich tegen het regeringsvoorstel om 6 Vlaamse randgemeenten rond Brussel in een tweetalig arrondissement Brussel-Hoofdstad op te nemen.

Op het congres van Luik in 1965 bekomen Vlaamse en Franstalige christen-democraten een grotere autonomie. Ondertussen heeft de regering Lefèvre-Spaak (1961-65) de taalgrens vastgelegd, de Brusselse agglomeratie afgebakend en de zetelverdeling in het parlement aan de bevolkingsevolutie aangepast. Deze maatregelen brengen niet de verwachte pacificatie. De communautaire koorts stijgt nog wanneer in Vlaanderen de overheveling van de Franstalige afdeling van de Leuvense universiteit naar Wallonië wordt geëist. De Vlaamse CVP-vleugel steunt deze eis. De kwestie-Leuven leidt niet alleen tot de val van de regering- Vanden Boeynants (1966-68), maar doet ook de unitaire CVP/PSC uit elkaar vallen. Inmiddels is het besef gegroeid dat alleen een grondige reorganisatie van de staat een oplossing kan bieden voor de communautaire problemen. In 1970 wordt onder leiding van Gaston Eyskens een grondwetsherziening doorgevoerd die het einde inluidt van de unitaire staat.



1972-1979: Een nieuw elan

Eind van de jaren zestig treedt een nieuwe generatie aan in de Belgische politiek. Zo ook in de CVP. De stichters-bouwmeesters die na 1945 de partij hadden groot gemaakt, worden afgelost. Eén onder hen is Wilfried Martens, die als voorzitter de partijwerking grondig wil verbeteren en vernieuwen. Naast het dynamisme van Wilfried Martens als partijvoorzitter is het charisma van Leo Tindemans als eerste minister een andere belangrijke troef voor de CVP.

Tindemans verwerft op korte tijd een grote populariteit dank zij zijn integriteit en christelijke bewogenheid.

Met de tandem Tindemans-Martens gaat de partij van overwinning naar overwinning bij de verkiezingen in de jaren zeventig. Dit leidt tot grote naijver bij haar tegenstrevers de het spookbeeld van de ‘CVP-staat’ ophangen om de partij de wind uit de zeilen te nemen. Op regeringsvlak slorpt de uitvoering van de grondwetsherziening van 1970 veelt ijd en energie op. Tegelijk worden de economische problemen groter. De economie groeit trager, de werkloosheid neemt toe en de levensduurte stijgt. Het soberheidsbeleid waartoe de CVP oproept, stuit echter op veel weerstand.



1979-1982: De tweede belangrijke stap in de staatshervorming

Aan het eind van de jaren zeventig gaat de aandacht volledig naar de staatshervorming. Het grote knelpunt tussen de Vlaamse en de Franstalige partijen is de invulling van de gewestvorming. Op haar Heizel-congres in december 1979 opteert de CVP voor een staatsvorm met twee gemeenschappen en een hoofdstedelijk statuut voor Brussel dat beperkt moet blijven tot de 19 gemeenten en geen volwaardig gewest kan zijn. Enkele maanden later, in augustus 1980, wordt door de derde regering-Martens een nieuwe grondwetsherziening doorgevoerd.

De cultuurgemeenschappen worden vervangen door gemeenschappen die ook bevoegd worden voor persoonsgebonden aangelegenheden. De Vlaamse Gemeenschap krijgt samen met de Franse Gemeenschap een eigen regering of executieve. Met deze hervorming wordt een onomkeerbare stap gezet in de richting van een federale staat. De euforie erover is evenwel van korte duur wanneer blijkt dat de financiële en ecoomische toestand van het land bijzonder zorgwekkend is. Wilfried Martens stelt in maart 1981 een shocktherapie voor, maar wordt niet gevolgd. Mark Eyskens vervangt hem aan het hoofd van dezelfde regeringsploeg. Zijn regering gaat reeds na enkele maanden ten onder in het staaldossier waarvoor de Waalse socialisten absloute prioriteit eisen. Bij de daaropvolgende verkiezingen van november 1981 lijdt de CVP een zware nederlaag.



1982-1988: Een noodzakelijk herstelbeleid

Na de harde verkiezingsles van november 1981 wordt het roer door de CVP drastisch omgegooid. De interne samenhorigheid wordt versterkt en de acties van de partij en de ministers beter op elkaar afgestemd. Op regeringsvlak wil de CVP absolute prioriteit voor de sociale, economische en financiële problemen.

De regering Martens V (1981-85) neemt verscheidene maatregelen om de concurrentiekracht van de ondernemingen te versterken, het begrotingstekort te verminderen en de werkgelegenheid te bevorderen. Daarnaast wordt ze ook geconfronteerd met het in zware nood verkerende Waalse staalbedrijf Cockerill-Sambre. De CVP eist en bekomt de regionalisering van de zogenaamde nationale sectoren waaronder het staal. De plaatsing van Amerikaanse kernraketten op Belgisch grondgebied zorgt eveneens voor de nodige beroering. De meningen hierover zijn verdeeld, ook in de CVP.

Wanneer de regering in maart 1985 het plaatsingsbesluit neemt, krijgt zij niettemin de steun van de partij. Niettegenstaande het onpopulaire herstelbeleid komt de CVP versterkt uit de verkiezingen van oktober 1985. De nieuwe regering-Martens VI die na de verkiezingen tot stand komt, wil het gevoerde sociaal-economisch beleid voortzetten. De Voeren-kwestie legt evenwel een hypotheek op het regeringswerk en leidt in oktober 1987 tot de val van de regering.



1988-1993: Het dak op het federale huis

Na de minder goede score bij de parlementsverkiezingen van december 1987 behaalt de CVP bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1988 en de Europese verkiezingen van juni 1989 een goed resultaat.

Daarna breekt een moeilijke periode aan die begint met de abortuskwestie. De CVP vecht voor haar overtuiging, maar kan de goedkeuring van de abortuswet in maart 1990 niet verhinderen. Ondertussen heeft de regering-Martens VIII wel de eerste fase en de tweede fase van een nieuwe staatshervorming uitgevoerd. Hierdoor hebben de gemeenschappen en gewesten nieuwe bevoegdheden gekregen en is ook een financieringsstelsel en het statuut van Brussel vastgelegd. Verder geraakt de regering niet. Begin oktober 1991 valt zij na een bijzonder hevige communautaire confrontatie over de uitvoer van wapens naar het Midden-Oosten. Bij de daaropvolgende parlementsverkiezingen in november lijden de regeringspartijen een zware nederlaag.

Na ‘Zwarte Zondag’ volgen bijzonder lange onderhandelingen. Alleen Jean-Luc Dehaene is in staat een nieuwe regering te vormen, maar die beschikt niet over een tweederde meerderheid. Dankzij het onderhandelingstalent van Jean-Luc Dehaene en Herman Van Rompuy wordt eind september 1992 een globaal communautair akkoord bereikt. Met het Sint-Michielsakkoord wordt ‘het dak op het federale huis’ geplaatst: de instellingen van de gemeenschappen en gewesten zullen voortaan rechtstreeks worden verkozen.



1993-1995: Vlaanderen groeit

Na het Heizelcongres ‘Politiek dicht bij de mensen’ van juni 1993 gaat de CVP verder met haar vernieuwing. Onder impuls van Johan Van Hecke die in september 1993 de leiding van de partij in handen neemt, worden nieuwkomers uit de culturele sector, de ondernemerswereld en de groene beweging aangetrokken.

Een jaar na zijn aantreden zet de nieuwe CVP-voorzitter in De slogans voorbij zijn visie op de politieke vernieuwing uiteen. Hij reikt daarbij de hand naar alle positieve krachten in de samenleving, naar mensen die blijven geloven in positief engagement op basis van christelijke waarden en die via overleg en dialoog willen werken aan een betere wereld. De Europese verkiezingen van juni 94 zijn de eerste test voor de vernieuwing. Niettegenstaande de pessimistische opiniepeilingen blijft de CVP bij die verkiezingen veruit de grootste partij in Vlaanderen. Ook bij de gemeente- en provincieraadsverkiezingen enkele maanden later doet zij het goed. Ondertussen is in het parlement het Sint-Michielsakkoord goedgekeurd. Daarbij is het tweekamerstelsel grondig gewijzigd, hebben de gemeenschappen en gewesten nieuwe bevoegdheden gekregen en worden hun raden voortaan rechtstreeks verkozen. De verkiezingen van 21 mei 95 zijn de eerste voor het nieuwe federale parlement en de eerste rechtstreekse verkiezingen van de Vlaamse Raad. De CVP houdt stand bij deze verkiezingen en heeft met J.L. Dehaene en L. Van den Brande de leiding van de federale en de Vlaamse regering. Samen met de andere CVP-ministers gaan zij de uitdagingen van vandaag en morgen aan.



1995-1999: Nieuwe uitdagingen, nieuwe antwoorden

Wanneer Johan Van Hecke om persoonlijke redenen als partijvoorzitter ontslag neemt, wordt hij op 6 juni 1996 vervangen door ondervoorzitter Marc Van Peel. Deze zet als dienstdoend voorzitter de vernieuwersbeweging verder en wordt hierin bevestigd door zijn verkiezing tot algemeen CVP-voorzitter op 30 november 1996.

Eerste minister Jean-Luc Dehaene neemt als ervaren gids het economisch en Europees beleid van ons land ter harte en leidt daarmee België binnen in de Europese Monetaire Unie. Deze krachttoer maakt dat de regering Dehaene aan de burger een stevig sociaal-economisch resultaat kan voorleggen. De overheidsfinanciën worden grondig gesaneerd, de bedrijfswereld krijgt een eerste aanzet van lastenverlaging op arbeid voorgelegd en de tewerkstelling groeit opnieuw aan.

Als antwoord op de Witte Mars van 1996 legt de federale regering de basis voor een eigentijdse politie- en justitiehervorming. Deze hervorming komt in een stroomversnelling terecht na de mislukte ontsnappingspoging van Marc Dutroux. Het hieruitvolgend ontslag van Stefaan De Clerck als minister van Justitie weerhoudt de regering niet het begonnen werk af te maken. Jean-Luc Dehaene neemt opnieuw het roer stevig in handen en weet samen met de nieuwe justitieminister Tony Van Parys in overleg met de oppositie het Octopusakkoord af te sluiten. Dit akkoord wordt nog voor de verkiezingen van '99 in basiswetgeving omgezet.

Met Minister-president Luc Van Den Brande kan de Vlaamse regering op basis van de Euromeesternorm de begroting een jaar eerder dan verwacht in evenwicht stellen. Bovendien blijkt het dramatische sluiten van Renault-Vilvoorde naderhand een succesvolle test voor de sociaal-economische draagkracht van het Vlaamse Belfortmodel. Netto komen er dat jaar 30.000 nieuwe banen bij. Daarnaast werkt de regering Van Den Brande de ongelijkheid tussen het vrije en het gemeenschapsonderwijs verder weg.



1999-2004: Van CVP naar CD&V

In mei 1999 breekt in België de dioxinecrisis uit. De verkiezingen van 13 juni 1999 zijn dan ook voor alle regeringspartijen een electorale afstraffing. Boegbeeld Jean-Luc Dehaene neemt het verlies op zich en zet een stap achteruit. De partij wil zich herbronnen en wordt naar de oppositie verwezen. Voor het eerste in veertig jaar neemt de CVP zowel op het federale beleidsniveau als op het Vlaamse beleidsniveau niet deel aan de regering. Enkel in het hoofdstedelijk gewest Brussel waar de CVP de sterkste Vlaamse partij blijft, neemt Minister Jos Chabert voor de CVP deel aan het bestuur.

Na de aanvankelijke schok groeit binnen de partij een wil tot herbronning. Op 9 oktober 1999 wordt Stefaan De Clerck verkozen tot algemeen CVP-voorzitter. Hij is vastbesloten de handschoen op te nemen en formuleert drie objectieven: de partij organisatorisch hervormen, de oppositierol een positieve invulling geven en de gemeente- en provincieraadsverkiezingen degelijk voorbereiden. Hij noemt zijn project 'De hartslag van de CVP' en geeft de partij een nieuwe dynamiek op basis van volgende krachtlijnen:

  • De CVP wil dat Vlaanderen wereld-klasse is.
  • De CVP wil de welvaartstaat verrijken tot een staat van welzijn. Het surplus van de menselijke persoon staat centraal met een keuze voor meer kwaliteit in het samenleven. En dit te beginnen in de familie.

De fractieleiders Eric Van Rompuy, Yves Leterme en Hugo Vandenberghe geven aan de partij een nieuwe en geloofwaardige oppositierol. Met herwonnen geloof en zelfvertrouwen bouwt de CVP elke dag opnieuw aan haar hedendaags christendemocratisch project.

De gemeenteraadsverkiezingen van 2000 luiden het keerpunt in: de CVP voert een sterke campagne rond het thema "midden de mensen" en haalt 32 % van de stemmen. Dit is het startschot van een vernieuwingsoperatie waaraan hard wordt gewerkt.

Die komt er in 2001. De CVP beseft dat ze dringend iets aan haar imago moet doen. Ze is sinds haar oprichting een beleidspartij geweest, en daardoor is haar profiel verbleekt. Voorzitter Stefaan De Clerck (foto) beseft dit en zet een hele vernieuwingsoperatie op poten.

Deze resulteert op 28 en 29 september in een groots opgezet vernieuwingscongres in Kortrijk. De partij neemt een nieuwe start en gaat voortaan als CD&V door het leven. Daarmee zegt ze duidelijk wat ze is: christen-democratisch en Vlaams. CD&V is een ideeënpartij waarin de “mens” centraal staat, en de inhoud het haalt van de vorm.

In 2003 tekt de partij ten strijde tegen de paars-groene regering. Met het project “Voor mensen en waarden” plaatst ze zich pal tegenover het overdreven individualisme van paars-groen. Bij de verkiezingen van 18 juni haalt de partij helaas niet het verhoopte resultaat. De verkiezingen kwamen nog te vroeg en CD&V verliest 1 procent en 2 kamerzetels.



2004-2007: Heropleving van de Christendemocratie

Yves Leterme neemt de fakkel over en de partij begint aan een remonte. Dankzij een herkenbare boodschap – “u verdient meer respect” – en een geslaagd kartel met de N-VA profileert de partij zich als het positief alternatief. Met succes: CD&V/N-VA wint de verkiezingen, de paars-groene partijen worden afgestraft.

Na 5 jaar oppositie neemt de partij opnieuw de leiding in de Vlaamse politiek. Een nieuwe situatie, want federaal wordt de oppositie aanvankelijk verder gezet. Yves Leterme houdt zijn eerste regering boven de doopvont en wordt geflankeerd door de jonge Inge Vervotte en door gewezen UNIZO-topman Kris Peeters. “Vertrouwen geven, verantwoordelijkheid nemen” wordt het devies van deze no-nonsense ploeg.

Eind 2004 toont CD&V dat de vernieuwing ook intern een succes is: voor het eerst komt er een open voorzittersverkiezing, waarbij alle leden kunnen kiezen uit drie sterke kandidaten. Na een boeiende en faire kiesstrijd – geprezen door vriend en tegenstander – duiden de leden Jo Vandeurzen aan als hun nieuwe voorzitter.

In 2007 boekt het kartel CD&V/N-VA ook bij de federale verkiezingen een klinkende overwinning. Met bijna 30% van de stemmen in Vlaanderen is het kartel afgetekend de politieke leider. Het Franstalige “non” tegen elke staatshervorming veroorzaakt echter een lang aanslepende regeringsformatie. Via een overgangsregering kan in het voorjaar van 2008 eindelijk de regering Leterme van start gaan. Kris Peeters nam al eerder de leiding van de Vlaamse regering over.

De communautaire tegenstellingen blijven echter als een zwaard van Damocles boven de federale coalitie hangen. Het uitblijven van een staatshervorming leidt uiteindelijk tot het einde van het kartel tussen CD&V en N-VA.



2008-heden: Op eigen kracht

Wanneer wereldwijd een financiële crisis losbarst, beslist CD&V verder te besturen. De regering Leterme redt de Belgische grootbanken van de ondergang en loodst het land door de financiële crisis. Wanneer Yves Leterme en Jo Vandeurzen persoonlijke onder vuur komen te liggen rond vermeende inbreuken op de scheiding der machten, nemen ze hun verantwoordelijkheid en stappen ze uit de regering. Herman Van Rompuy wordt premier en zet het beleid verder. Achteraf blijkt dat Leterme en Vandeurzen niets te verwijten viel. Beiden maken na de regionale en Europese verkiezingen van 2009 hun rentree op het politieke toneel.

Marianne Thyssen leidt CD&V doorheen de Vlaamse en Europese verkiezingen, die opnieuw door CD&V worden gewonnen. Boegbeeld Kris Peeters vraagt en krijgt een sterk mandaat om een nieuwe Vlaamse regering te vormen. Tegelijk brengt Herman Van Rompuy de “rustige vastheid” terug op het federale niveau. In economisch onzekere tijden is het vertrouwen in de christendemocratische leiders duidelijk groot.

De capaciteiten van Herman Van Rompuy valt ook Europa op. De Europese regeringsleiders vragen hem unaniem om, na de inwerkingtreding van het nieuwe verdrag van Lissabon, de eerste president van Europa te worden. Yves Leterme die bij de regionale verkiezingen een sterke electorale prestatie neerzet en intussen ook gezuiverd is van alle blaam in de vermeende inbreuken op de scheiding der machten, komt zo opnieuw in de ‘16’.

© CD&V  —  Wetstraat 89, 1040 Brussel  —  tel: 02 238 38 11  —  info@cdenv.be